Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.3

Aanvullende criteria opvang en beschermd wonen

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Den Haag 2015

1.. In aanvulling op artikel 3.1 komt een cliënt in aanmerking voor opvang als hij: feitelijk of residentieel dakloos is, al dan niet voorafgaand aan opname in een (psychiatrische)kliniek, of aan detentie, en beperkt zelfredzaam is op meerdere door het college aan te wijzen leefgebieden, en niet beschikt over alternatieven die de situatie van feitelijke of residentiële dakloosheid opheffen. 2.. Een slachtoffer van huiselijk geweld komt voor opvang in aanmerking als hij: slachtoffer van huiselijk geweld is, en vanwege aspecten van veiligheid de thuissituatie moet verlaten, of indien er sprake is van kindermishandeling en opvang van kind(eren) met de beschermende ouder/verzorger in de opvang noodzakelijk is, en 18 jaar of ouder is, al dan niet met kinderen, en geen mogelijkheden heeft om zelf, al dan niet met gebruikmaking van het eigen sociale netwerk of door interventie van derden een veilige situatie is te creëren, of in alternatieve huisvesting te voorzien. 3.. Een cliënt komt in aanmerking voor beschermd wonen als hij: een psychiatrische aandoening heeft, en er voor hem sprake is van noodzaak tot bescherming van zichzelf of zijn omgeving, waarbij die noodzaak direct voortkomt uit de psychiatrische aandoening, en hij niet beschikt over alternatieven die de noodzaak voor beschermd wonen kunnen opheffen. 4.. Het college kan nadere regels stellen inzake toelating naar aanleiding van afspraken met andere gemeentes over wederzijdse overdracht van cliënten en inzake prioritering van doelgroepen bij de toegang tot de opvang en beschermd wonen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel