Er wordt een subsidieplafond vastgesteld;
Er zijn jaarlijks twee subsidieperiodes:
Periode 1: 1 januari t/m 30 juni;
Periode 2: 1 juli t/m 31 december;
In periode 1 wordt maximaal 50% van het plafond verleend.
Als in een jaar het budget van de eerste periode op de eerste dag van de tweede periode nog niet is verbruikt, wordt het restant van het budget gevoegd bij het budget voor de tweede periode.