Het college stelt een verlaging vast als:
aan de beëindiging van zijn dienstbetrekking een dringende reden ten grondslag ligt in de zin van artikel 678 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en een persoon ter zake een verwijt kan worden gemaakt, of;
de dienstbetrekking is beëindigd door of op zijn verzoek zonder dat aan de voortzetting ervan zodanige bezwaren waren verbonden, dat deze voortzetting redelijkerwijs niet van hem zou kunnen worden gevergd, of;
belanghebbende nalaat algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden, of;
belanghebbende door eigen toedoen geen algemeen geaccepteerde arbeid verkrijgt.
De verlaging, bij gedragingen als bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld op 100% van de uitkering gedurende 1 maand.
Hoofdstuk 7 Handhaving
Artikel 17
Verlaging IOAW- of IOAZ-uitkering
Onderdeel van Maatregelenverordening Participatiewet, Ioaw en Ioaz 2017 gemeente Heerde