De precariobelasting wordt niet geheven er zake van het hebben van:
voorwerpen ten behoeve van eigendommen, welke bij de gemeente in
gebruik zijn, tenzij deze in gebruik zijn gegeven aan
derden;
ten behoeve van het publiek aangebrachte brievenbussen en/of
postzegelautomaten;
wegwijzers en verkeersaanwijzingen van de Koninklijke
Nederlandse Toeristenbond A.N.W.B. en van andere overeenkomstige
instellingen;
voorwerpen, welke daar ingevolge een wettelijk voorschrift
moeten worden gedoogd;
voorwerpen ten behoeve van kermisinrichtingen en circussen met
hun toebehoren, indien reeds een vergoeding voor de ingenomen
gemeentegrond aan de gemeente verschuldigd is;
voorwerpen onder, op of boven openbare gemeentegrond en openbaar
gemeentewater, voor zover reeds uit andere hoofde een vergoeding
voor het gebruik van de gemeentegrond en gemeentewater is
verschuldigd;
voorwerpen, welke ter uitoefening van die publiekrechtelijke
taak van de gemeente zijn aangebracht en/of geplaatst door de
gemeente
borden tot verhuur of verkoop van onroerende zaken, in het geval
deze borden aan de te verhuren of te verkopen onroerende zaken
zijn bevestigd;
buisgeleidingen, dienende voor de afvoer van water en
rioolstoffen op de gemeentelijke riolering;
borden, masten, palen, e.d., die in verband met verkiezingen van
vertegenwoordigende lichamen zijn aangebracht door of namens de
gemeente.
pilasters, plinten, kozijndorpels, gevelversieringen,
bloembakken, goten, goot- of kroonlijsten, regenpijpen, balkons
en spionnen;
rails ten dienste van een openbaar middel van vervoer.
Artikel 4
Vrijstellingen
Onderdeel van de Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2015