Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Ontstaan van de belastingplicht en heffing naar tijdsgelang

Onderdeel van de Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2015

1.. Indien de in artikel 3, bedoelde belastingplicht aanvangt, is de belasting verschuldigd bij de aanvang van het kalenderjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.. Indien de belastingplicht in de loop van het kalenderjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.. Indien de belastingplicht in de loop van het heffingsjaar wordt beëindigd, wordt van de over dat jaar geheven belasting ontheffing verleend over zoveel twaalfde gedeelten van een jaar als er nog volle kalendermaanden overblijven. 4.. Indien het totaalbedrag van de aanslagen minder dan € 4,50 bedraagt, wordt de aanslag niet opgelegd. 5.. Voor de toepassing van het bepaalde in het vierde lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen precariobelasting of andere heffingen aangemerkt als één belastingaanslag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel