**1..** Voor het tot stand komen van een besluit bij stemming wordt de volstrekte meerderheid vereist van hen die een stem hebben uitgebracht, tenzij deze regeling anders bepaalt en met dien verstande dat:
het lid van het bestuur dat door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht is aangewezen 100 stemmen heeft;
de leden van het bestuur die door het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het waterschap Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden zijn aangewezen ieder 20 stemmen hebben;
het lid van het bestuur dat door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zeist is aangewezen 18 stemmen heeft;
het lid van het bestuur dat door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nieuwegein is aangewezen 14 stemmen heeft;
het lid van het bestuur dat door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Bilt is aangewezen 14 stemmen heeft;
het lid van het bestuur dat door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Houten is aangewezen 9 stemmen heeft;
het lid van het bestuur dat door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bunnik is aangewezen 3 stemmen heeft, en
het lid van het bestuur dat door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lopik is aangewezen 2 stemmen heeft.
**2..** Bij een schriftelijke stemming wordt onder het uitbrengen van een stem verstaan het inleveren van een behoorlijk ingevuld stembriefje.
Hoofdstuk 2: › Afdeling 1:
Artikel 12:
Besluitvorming
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht 2015