Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4 › § 1

Artikel 33

Artikel 33

Onderdeel van Huisvestingsverordening Den Haag 2015

1.. Burgemeester en wethouders beslissen op de in artikel 32, eerste lid, bedoelde aanvraag binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag en de daarbij over te leggen bescheiden en brengen de beslissing ter kennis van de aanvrager. 2.. Burgemeester en wethouders kunnen de beslissing als bedoeld in het eerste lid voor ten hoogste 4 weken verdagen. Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan aan de aanvrager. 3.. Burgemeester en wethouders kunnen hun bevoegdheid als bedoeld in het eerste en tweede lid mandateren aan een toetsingscommissie. In dat geval blijven het vierde en vijfde lid buiten toepasing. 4.. Burgemeester en wethouders beslissen slechts op de aanvraag nadat de toetsingscommissie terzake een advies heeft uitgebracht. 5.. Indien het advies van de toetsingscommissie betrekking heeft op een woningzoekende die buiten eigen schuld of toedoen tenminste 3 maanden verblijft in een van gemeentewege erkend (te)huis voor noodopvang betrekt de toetsingscommissie daarbij het advies van de instantie op wiens advies de woningzoekende is opgenomen in het (te)huis voor noodopvang. 6.. Een voorrangsverklaring bevat in ieder geval: de datum waarop de voorrangspositie van kracht wordt; de termijn waarvoor de voorrangsverklaring geldig is; de soort woonruimte waarvoor de voorrangsverklaring geldig is. de naam van de gemeente waar de voorrangsverklaring geldig is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel