Opvang en beschermd wonen kan worden verstrekt als:
aanvrager zich niet kan handhaven in de samenleving als gevolg van psychische of psychosociale problemen;
aanvrager de thuissituatie, al dan niet in verband met risico’s voor veiligheid, heeft verlaten;
aanvrager niet beschikt over alternatieven die de noodzaak voor opvang en beschermd wonen kunnen opheffen;
voor zover aanvrager deze problemen niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met behulp van andere personen uit zijn sociale netwerk, dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen;
de voorziening een passende bijdrage levert in de behoefte aan beschermd wonen of opvang en aan het realiseren van een situatie waarin aanvrager in staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving.
In geval van mandatering wordt deze voorziening verstrekt overeenkomstig de Verordening maatschappelijke ondersteuning Stadskanaal 2015, het Besluit maatschappelijke ondersteuning 2015, de regels omtrent het PGB in relatie tot beschermd wonen, de regels voor bijdrage in de kosten van beschermd wonen en de beleidsregels van de mandataris.
Hoofdstuk
Artikel 23
Opvang en beschermd wonen
Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Stadskanaal 2015