Verstrekking van een maatwerk voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt plaats op verzoek van de aanvrager.
Verstrekking in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt niet plaats indien:
op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een persoonsgebonden budget, dan wel als gevolg van zijn financiële situatie niet kan beschikken over (een deel van) het persoonsgebonden budget;
er sprake is van een progressief ziektebeeld;
er sprake is van een aantoonbare schuldenlast waarbij het vermoeden bestaat dat het persoonsgebonden budget zal worden aangewend voor de afwenteling van de schuldenlast. Er wordt geen persoonsgeboden budget toegekend, maar er zal een voorziening in natura worden verstrekt.
voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was.
De voorziening voor een collectief systeem van aanvullend al dan niet openbaar vervoer wordt uitsluitend in natura verstrekt.
Het persoonsgebonden budget wordt zo vastgesteld dat de aanvrager daarmee een voorziening kan kopen die gelijkwaardig is aan een voorziening in natura. Tenzij in dit Besluit anders is aangegeven, bedraagt het persoonsgebonden budget maximaal het bedrag dat het college aan de gecontracteerde leverancier betaalt voor de goedkoopst adequate voorziening, inclusief onderhoud, keuring en reparatie en eventuele wettelijk verplichte verzekering.
Het te verstrekken persoonsgebonden budget geldt voor de periode die gelijk is aan de technische levensduur van de voorziening;
Wanneer een goedkopere voorziening wordt aangeschaft, wordt het persoonsgebonden budget beperkt tot aankoopprijs van de gekochte voorziening;
Van de aanvrager wordt verwacht dat hij zorgvuldig met de voorziening omgaat en onnodige schade en slijtage voorkomt;
De aanvrager moet zelf zorg dragen voor een aansprakelijkheidsverzekering voor schade die door het gebruik van de voorziening aan derden kan ontstaan;
Voorzieningen die zijn aangeschaft met een persoonsgebonden budget zoals o.a. rolstoelen en scootmobielen worden geacht in bruikleen te zijn verstrekt aan aanvrager.
Een voorziening die de aanvrager met een persoonsgebonden budget heeft aangeschaft, moet worden ingeleverd bij- of terugbetaald aan de gemeente, als er tussentijds geen recht meer op bestaat.
Indien er een noodzaak is een persoonsgebonden budget te beëindigen, dient verhoudingsgewijs terugbetaald te worden. Persoonsgebonden budget voor bijvoorbeeld onderhoud van een voorziening of voor huishoudelijke hulp wat nog niet gegeven is kan teruggevorderd worden. Indien sprake is van een gekochte voorziening wordt in overleg met de aanvrager of nabestaanden gekeken of het middel aan de verstrekkende leverancier terugverkocht kan worden. Daarbij wordt globaal uitgegaan van de volgende tabel:
0 tot 1 jaar oud - 80% van het aankoopbedrag
1 tot 2 jaar oud - 60% van het aankoopbedrag
2 tot 3 jaar oud - 50% van het aankoopbedrag
3 tot 4 jaar oud - 40% van het aankoopbedrag
4 tot 5 jaar oud - 30% van het aankoopbedrag
Ouder dan 5 jaar - 10% van het aankoopbedrag
Indien een leverancier het betreffende middel niet terug wil kopen, wordt verzocht aan de aanvrager of nabestaanden om het middel te koop te zetten. Daarbij wordt een richtprijs afgesproken uitgaande van bovenstaande tabel. Indien cliënt een duurdere voorziening aangeschaft heeft dan het persoonsgebonden budget met eigen geld, dan wordt alleen het persoonsgebonden budget bedrag verrekend volgens bovenstaande tabel.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.1
Regels rond verstrekking
Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Gilze en Rijen