In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de
aanslagen worden betaald in één of meerdere termijnen, met een maximum van drie
termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de
maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de
volgende termijnen telkens een maand later.
In afwijking van het eerste lid geldt zolang de verschuldigde bedragen door
middel van automatisch incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten
worden betaald in acht gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na
de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een
maand later.
De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden
gestelde termijnen.
De machtiging voor automatische incasso zoals genoemd in het derde lid, wordt
geacht niet te zijn verleend indien gedurende de looptijd van de automatische
incasso twee termijnen worden gestorneerd, ofwel indien de incassomachtiging door
de belastingschuldige of rekeninghouder wordt ingetrokken. De termijnen genoemd in
het eerste lid worden in dat geval direct van toepassing.
Artikel 10
Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing Opsterland 2015