**1..** Het college kent een individuele voorziening toe indien en voor
zover in het gesprek zoals bedoeld in artikel 2.6 vastgesteld is
dat:
**a..** een individuele voorziening aangewezen is gezien de aard en ernst
van de hulpvraag;
**b..** de jeugdige op eigen kracht of met zijn ouders of andere personen
uit zijn naaste omgeving geen oplossing voor zijn hulpvraag kan
vinden;
**c..** een overige voorziening niet adequaat is voor de oplossing van de
hulpvraag;
**d..** de jeugdige of de ouders geen aanspraak kunnen maken op een andere
voorziening om de hulpvraag te beantwoorden.
**2..** Het college kan nadere regels vaststellen ter verdere uitwerking van
de algemene criteria zoals genoemd in het eerste lid of ter bepaling
van specifieke criteria voor bepaalde individuele
voorzieningen.
Hoofdstuk IV
Artikel 4.3
Criteria individuele voorzieningen
Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Gilze en Rijen 2015