**1..** Aan de medewerker wiens bezoldiging, als gevolg van het buiten zijn
toedoen beëindigen of verminderen van de toelage als bedoeld in de
artikelen 14, 15 en 16, een blijvende verlaging ondergaat van
tenminste 3%, wordt een aflopende toelage toegekend, indien hij
eerstgenoemde toelage, direct voorafgaande aan het tijdstip van
vorenbedoelde beëindiging of vermindering ervan, gedurende tenminste
twee jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten.
**2..** Aan de medewerker van 60 jaar of ouder wiens bezoldiging, als gevolg
van het buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen van de toelage
wegens onregelmatige dienst, een blijvende verlaging ondergaat,
wordt een blijvende toelage toegekend, mits hij eerstgenoemde
toelage, direct voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde
beëindiging of vermindering ervan, gedurende tenminste tien jaren
zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten.
**3..** De in het eerste lid bedoelde aflopende toelage gaat, wanneer de
medewerker de leeftijd van 60 jaar bereikt en hij, onmiddellijk voor
de aanvang van die toelage, gedurende tenminste tien jaren zonder
wezenlijke onderbreking een toelage wegens onregelmatige werktijden
heeft genoten, over in een blijvende toelage, bedoeld in het vorige
lid.
**4..** Voor de toepassing van de vorige leden wordt onder wezenlijke
onderbreking verstaan een onderbreking van langer dan twee
maanden.
**5..** Ter bepaling van de duur en de omvang van de in dit artikel genoemde
toelagen wordt de toepassing gegeven aan de ter zake voor het
rijkspersoneel geldende voorschriften.