Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Berekening van de precariobelasting

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2015

1.. Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot een in de tarieventabel genoemde tijds- of andere eenheid als een volle eenheid aangemerkt. 2.. Voor de toepassing van deze verordening: worden voorwerpen of gedeelten van voorwerpen die naar maatschappelijke opvatting bij elkaar behoren, als één voorwerp aangemerkt; wordt de oppervlakte van een voorwerp bepaald op het product van de grootste lengte en de grootste breedte van dat voorwerp. 3.. Indien de toepassing van het dag-, week-, of maandtarief leidt tot een hoger verschuldigd belastingbedrag dan de toepassing van respectievelijk het week-, maand- of jaartarief, wordt per week, maand of jaar niet meer geheven dan bij toepassing van het week-, maand- of jaartarief verschuldigd is. 4.. Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij het vijfde lid van overeenkomstige toepassing is.

Rechtspraak bij dit artikel