**1..** Aan commissieleden wordt een vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van een commissie en haar subcommissies toegekend die gelijk is aan het voor de van toepassing zijnde inwonersklasse vastgestelde bedrag in tabel IV van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.
**2..** Ook de leden van de Rekenkamercommissie en de Adviesraad Werk en Inkomen (niet zijnde commissies op grond van art. 82, 83 en 84 Gemeentewet) ontvangen een vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van een commissie en haar subcommissies die gelijk is aan het voor de van toepassing zijnde inwonersklasse vastgestelde bedrag in tabel IV van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.
**3..** Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een commissie:
als raadslid;
uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een ambtelijke of bestuurlijke hoedanigheid dan wel van een functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege wordt gesubsidieerd;
als vertegenwoordiger van een belanghebbende instelling, organisatie of groepering, tenzij zijn lidmaatschap van de commissie tevens in belangrijke mate het gemeentelijk belang dient.
**4..** In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid ontvangen de leden van de volgende commissies :
Referendumkamer en Rekenkamercommissie gezien hun deskundigheid een extra vergoeding die 50% bedraagt van het bepaalde in het eerste lid.
de voorzitters van de Regionale Commissie voor de Bezwaarschriften Servicepunt 71 ontvangen, gezien hun deskundigheid, een extra vergoeding die 25% bedraagt van het bepaalde in het eerste lid;
Hoofdstuk II
Artikel 3.
Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen
Onderdeel van Verordening Geldelijke voorzieningen raads- en commissieleden 2015