1. Bij ontstentenis van werkzaamheden die als tegenprestatie naar vermogen kunnen worden gekwalificeerd, wordt door het college afgezien van het opdragen van een tegenprestatie naar vermogen.
2. Indien het college overeenkomstig het eerste lid afziet van het opdragen van een tegenprestatie naar vermogen, wordt door het college na zes maanden onderzocht of er dan wel werkzaamheden beschikbaar zijn die als tegenprestatie naar vermogen kunnen worden opgedragen.
Hoofdstuk 2
Artikel 4
Geen werkzaamheden voorhanden
Onderdeel van Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Leeuwarden 2015