Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Verantwoordelijkheid tot voldoening uit eigen middelen

Onderdeel van Beleidsregels Bijzondere Bijstand en Minimabeleid gemeente Olst-Wijhe 2015

Bij de verlening van bijzondere bijstand wordt geen toepassing gegeven aan de mogelijkheid van artikel 35 lid 2 Participatiewet om op de toe te kennen bijzondere bijstand een drempelbedrag in mindering te brengen. Het vermogen wordt op dezelfde manier vastgesteld als bij de algemene bijstand. Belanghebbende dient een vermogen te hebben dat minder is dan de vermogensgrens als bedoeld in artikel 34 lid 3 Participatiewet. Er geldt een extra vermogensvrijlating indien er sprake is van uitvaartreservering in natura (niet afkoopbaar) die gereserveerd staat op een aparte rekening of een aparte polis waarvan geen opnames kunnen worden gedaan, en er geen afdoende uitvaartverzekering is. Van het uitgangspunt dat auto's meetellen voor de vermogensvaststelling kan worden afgeweken indien: a.de auto (of motor), gelet op de omstandigheden van persoon en gezin, noodzakelijk is (bijvoorbeeld wanneer een van de gezinsleden ernstig lichamelijk gehandicapt is); b.de waarde van de auto (of motor) maximaal € 4.587,72 bedraagt; is de waarde van de auto hoger dan telt alleen het meerdere boven € 4.587,72 mee voor de vermogensvaststelling. De vrijlating van € 4.587,72 geldt slechts ten aanzien van één vervoermiddel (auto of motor) per gezin. Indien er daarnaast binnen hetzelfde huishouden nog een vervoermiddel (auto of motor) aanwezig is, wordt de waarde daarvan toegerekend aan het vermogen. Voor de vaststelling van de waarde van de auto (inclusief btw) kan bijvoorbeeld gebruik gemaakt worden van het prijzenboekje van de ANWB of het Carbase-programma van uitgeverij Uilenstein. Van auto’s die wegens hun leeftijd (doorgaans 7 à 8 jaar of ouder) niet meer in deze uitgaven zijn opgenomen, wordt aangenomen dat hun waarde nihil bedraagt, tenzij er aanwijzingen zijn dat dit niet het geval is (bijvoorbeeld bij oldtimers). Deze auto’s worden bij de vermogensvaststelling dus in het geheel niet meegeteld. Wanneer het vermogen is gebonden in de vorm van een voor eigen bewoning bestemde eigen woning, wordt het vermogen eerst, volgens de regels van de krediethypotheek, in aanmerking genomen wanneer de aan de aanvrager te verstrekken bijzondere bijstand op draagkrachtjaarbasis meer bedraagt dan de voor de aanvrager geldende bijstandsuitkering op maandbasis. Wanneer de op draagkrachtjaarbasis te verstrekken bijzondere bijstand beneden de voor aanvrager op maandbasis geldende bijstandsuitkering blijft, wordt het in de eigen woning gebonden vermogen niet in aanmerking genomen. In afwijking van lid 5 wordt het vermogen gebonden in de vorm van een voor eigen bewoning bestemde woning niet in aanmerking genomen voor zover het gaat om bijzondere bijstand voor kosten die verband houden met de bevordering naar een zelfstandige bestaansvoorziening en met de bevordering van het zelfstandig kunnen blijven functioneren van ouderen en gehandicapten: huishoudelijke hulp alarmering maaltijdvoorziening eigen bijdrage vervoersvoorzieningen op grond van de WMO Draagkracht is het gedeelte van het inkomen en vermogen dat de aanvrager bij een aanvraag voor bijzondere bijstand zelf moet inzetten. Als het inkomen op bijstandsniveau ligt, is er geen draagkracht aanwezig in het inkomen. Wanneer het inkomen de bijstandsnorm overstijgt, moet dat meerdere inkomen geheel of gedeeltelijk ter delging van de noodzakelijke kosten worden ingezet. Onder bruto draagkracht wordt verstaan het absolute bedrag dat door de aanvrager ingevolge deze beleidsregels zou moeten kunnen worden ingezet voor de bekostiging van de noodzakelijke kosten. Onder netto draagkracht wordt verstaan de door de aanvrager te dragen kosten, nadat op de bruto draagkracht het toepasselijke draagkrachtpercentage is toegepast.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel