(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
veranderen van een weg
Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning
een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken,
in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de
wegverharding te veranderen of anderszins verandering te
brengen in de wijze van aanleg van een weg.
De vergunning wordt verleend
als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag,
indien de activiteiten zijn verboden bij een
bestemmingsplan, beheersverordening of
voorbereidingsbesluit;
door het college in de overige gevallen.
Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
tijdig beslissen) niet van toepassing.
De vergunning is zaaksgebonden.
Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij
het uitvoeren van hun publieke taak.
Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin
geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van
Strafrecht, de Wet beheer Rijkswaterstaats-werken, het
Provinciaal wegenreglement, de Waterschapskeur, de
Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
Telecommunicatieverordening.