Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Procedurebepalingen voor de verstrekking van de gemeentetoeslag voor peuteropvang

Onderdeel van Uitvoeringsregels gemeentetoeslag voor peuteropvang en VVE Opsterland 2015 herziene versie

Het college stelt een aanvraagformulier, een wijzigingsformulier en een verantwoordingsformulier vast. Deze formulieren zijn opgenomen bij de uitvoeringsregels als respectievelijk bijlage 1, 2 en 3. De termijn van aanvragen binnen 12 weken nadat de peuteropvang gestart is, is in lijn met de termijn die de Belastingdienst hiervoor stelt. Indien een aanbieder aangeeft dat een ouder die gemeentetoeslag ontvangt voor de derde keer op rij de aanbieder niet betaalt, dan wordt de gemeentetoeslag van de ouder stopgezet. Daarnaast kan in daartoe aanleiding gevende situaties het toeslagbedrag rechtstreeks aan de aanbieder worden overgemaakt. Voor het verantwoorden van de gemeentetoeslag moet de aanvrager tenminste overleggen: - Het toetsingsinkomen over het betreffende kalenderjaar. Hiervoor kan de (voorlopige) aanslag inkomstenbelasting of de jaaropgave(n) gebruikt worden. - De jaaropgaaf van de aanbieder(s) van peuteropvang. Voor onder meer ondernemers is het aannemelijk dat een inkomensverklaring niet voor 1 april ingeleverd kan worden. Er zijn andere uitzonderingssituaties denkbaar. In dergelijke gevallen gaan de aanvrager(s) en gemeente in gesprek om een maatwerkoplossing overeen te komen. Op basis van een steekproef kan de gemeente vragen om een IB60 formulier te overleggen. Na ontvangst van de volledige verantwoording, berekent de gemeente de definitieve hoogte van de gemeentetoeslag. Heeft de aanvrager te weinig gemeentetoeslag ontvangen, dan wordt het verschil uitbetaald. Heeft de aanvrager teveel gemeentetoeslag ontvangen, dan wordt het verschil teruggevorderd, tenzij het terug te betalen bedrag minder is dan € 40,-.

Rechtspraak bij dit artikel