Het college stelt een aanvraagformulier, een wijzigingsformulier en een
verantwoordingsformulier vast. Deze formulieren zijn opgenomen bij de uitvoeringsregels
als respectievelijk bijlage 1, 2 en 3.
De termijn van aanvragen binnen 12 weken nadat de peuteropvang gestart is, is in lijn
met de termijn die de Belastingdienst hiervoor stelt.
Indien een aanbieder aangeeft dat een ouder die gemeentetoeslag ontvangt voor de derde
keer op rij de aanbieder niet betaalt, dan wordt de gemeentetoeslag van de ouder
stopgezet. Daarnaast kan in daartoe aanleiding gevende situaties het toeslagbedrag
rechtstreeks aan de aanbieder worden overgemaakt.
Voor het verantwoorden van de gemeentetoeslag moet de aanvrager tenminste
overleggen:
- Het toetsingsinkomen over het betreffende kalenderjaar. Hiervoor kan de (voorlopige)
aanslag inkomstenbelasting of de jaaropgave(n) gebruikt worden.
- De jaaropgaaf van de aanbieder(s) van peuteropvang.
Voor onder meer ondernemers is het aannemelijk dat een inkomensverklaring niet voor 1
april ingeleverd kan worden. Er zijn andere uitzonderingssituaties denkbaar. In
dergelijke gevallen gaan de aanvrager(s) en gemeente in gesprek om een maatwerkoplossing
overeen te komen.
Op basis van een steekproef kan de gemeente vragen om een IB60 formulier te
overleggen. Na ontvangst van de volledige verantwoording, berekent de gemeente de
definitieve hoogte van de gemeentetoeslag. Heeft de aanvrager te weinig gemeentetoeslag
ontvangen, dan wordt het verschil uitbetaald. Heeft de aanvrager teveel gemeentetoeslag
ontvangen, dan wordt het verschil teruggevorderd, tenzij het terug te betalen bedrag
minder is dan € 40,-.
Artikel 6
Procedurebepalingen voor de verstrekking van de gemeentetoeslag voor peuteropvang
Onderdeel van Uitvoeringsregels gemeentetoeslag voor peuteropvang en VVE Opsterland 2015 herziene versie