Naar hoofdinhoud

Paragraaf 7

Artikel 27

Overgangsbepaling

Onderdeel van Afvalstoffenverordening gemeente Bergen 2014

1.. Vergunningen verleend krachtens de Afvalstoffenverordening 2005, blijven -voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken- voor onbepaalde tijd na de inwerkingtreding van de afvalstoffenverordening 2014 van kracht en worden beschouwd als een aanwijzing bedoeld in artikel 2 van deze verordening. 2.. Ontheffingen verleend krachtens de Afvalstoffenverordening 2005, blijven –voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken- voor onbepaalde tijd na de inwerkingtreding van de Afvalstoffenverordening 2014 van kracht en worden beschouwd als een ontheffing als bedoeld in deze verordening voor zover de strekking van de ontheffing overeenkomt. 3.. Voorschriften en beperkingen in vergunningen opgelegd krachtens de Afvalstoffenverordening 2005, blijven –indien en voor zover de bepalingen ingevolge welke deze voorschriften en beperkingen zijn opgelegd, ook zijn vervat in de Afvalstoffenverordening 2014 en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken- voor onbepaalde tijd na de inwerkingtreding van de Afvalstoffenverordening 2014 van kracht. 4.. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een vergunning op grond van de verordening bedoeld in artikel 26, tweede lid, is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op de aanvraag is beslist, wordt deze aanvraag beschouwd als een aanvraag tot aanwijzing, als bedoeld in artikel 2 van deze verordening. 5.. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een ontheffing op grond van de verordening bedoeld in artikel 26, tweede lid, is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag is beslist, wordt deze aanvraag beschouwd als een aanvraag tot ontheffing, als bedoeld in deze verordening. 6.. Op een aanhangig beroep of bezwaarschrift, betreffende een vergunning of ontheffing bedoeld in het eerste en tweede lid, dan wel voorschrift of beperking bedoeld in het tweede lid dat voor of na de het tijdstip bedoeld in artikel 26, eerste lid, in ingekomen binnen de voordien geldende beroepstermijn, wordt beslist met toepassing van de verordening bedoeld in artikel 26, tweede lid. 7.. De intrekking van de verordening bedoeld in artikel 26, tweede lid heeft geen gevolgen voor de geldigheid van de op basis van die verordening genomen nadere regels en aanwijzingsbesluiten, indien en voor zover de rechtsgrond waarop de aanwijzingsbesluiten zijn gebaseerd ook vervat is in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel