Het college kan een belanghebbende een tegenprestatie opdragen.
Bij het opdragen van een tegenprestatie houdt het college
rekening met de volgende factoren:
a)de tegenprestatie moet naar vermogen kunnen worden verricht
door een belanghebbende;
b)de persoonlijke situatie en individuele omstandigheden
van belanghebbende;
c)de persoonlijke wensen en kwaliteiten van een
belanghebbende;
d)de maatschappelijke activiteiten of het vrijwilligerswerk dat
door belanghebbende al wordt verricht.
Hoofdstuk 2.
Artikel 4.
Het opdragen van een tegenprestatie
Onderdeel van Verordening tegenprestatie Participatiewet Gilze en Rijen 2015