Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2:

Artikel 6

Zittingsduur en vacatures

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies 2015

1.. De zittingsperiode van een lid, de voorzitter en hun plaatsvervangers eindigt in ieder geval aan het einde van de zittingsperiode van de raad. 2.. Een lid houdt op lid te zijn van een raadscommissie indien zij niet meer voldoen aan de in artikel 4, derde lid, gestelde eisen. 3.. Het Presidium kan een commissielid ontslaan op voorstel van de fractie op wiens voorstel het lid is benoemd. De artikelen 46, 47, 49 en 50 van de Gemeentewet zijn daarbij van overeenkomstige toepassing. 4.. De raad kan de voorzitter of een plaatsvervangend voorzitter van een commissie ontslaan. De artikelen 46, 47, 49 en 50 van de Gemeentewet zijn daarbij van overeenkomstige toepassing. 5.. Een lid kan te allen tijde ontslag nemen. Het doet daarvan schriftelijk mededeling aan het Presidium. Het ontslag gaat in op de dag van besluitvorming in het Presidium. 6.. De voorzitters en de plaatsvervangend voorzitters kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag van de voorzitter of plaatsvervangend voorzitter gaat in op de dag van besluitvorming in de Raad. 7.. Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van het lid dat op voordracht van die fractie is benoemd, van rechtswege.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel