Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 3

Artikel 3.12

- Doorlopend toezicht

Onderdeel van Beleidsregel anti-kraak

1.. Voor de naleving van anti-kraak panden moet door de vergunninghouder een verantwoordelijk persoon zijn aangewezen die de aanwijzingen van de met controle belaste ambtenaren op eerste aanzeggingen uitvoert of doet uitvoeren. 2.. Door of namens de vergunninghouder moet er doorlopend worden toegezien dat voor zover van toepassing: vluchtroutes, of aanduidingen daarvan (transparanten), goed zichtbaar zijn; vluchtroutes goed bereikbaar zijn; vluchtroutes en het als verlengstuk van de vluchtroutes aan te merken gedeelte van het aansluitend terrein, met de daarbij behorende deuren en (nood-) uitgangen, niet versperd zijn door obstakels; vluchtroutes worden vrijgehouden van begroeiing, sneeuw en ijs; (nood)verlichting goed functioneert; brandblusmiddelen goed bereikbaar en goed zichtbaar zijn; het sluiten van rook- en/of brandwerende deuren c.q. luiken niet wordt belemmerd en dat deze voortdurend gesloten zijn; elektrische snoeren, stekkers en toestellen in goede staat verkeren; geen brandgevaarlijke situaties ontstaan door onveilig gebruik van vuur, gas en/of elektriciteit; meldpunten t.b.v. de ontruimingsinstallatie goed bereikbaar zijn; gebreken direct worden hersteld.

Rechtspraak bij dit artikel