**1..** In de stookruimte mogen geen brandbare goederen worden opgeslagen/opge-steld. Stooktoestellen die buiten een stookruimte zijn opgesteld, moeten vrij worden gehouden van brandbare goederen.
**2..** Een opening ten behoeve van ventilatie, op grond van enige regeling geëist, mag niet worden afgesloten.
**3..** Het is verboden een verwarminginstallatie of verwarmingstoestel op zodanige wijze te gebruiken, dat het gebruik:
door de eigenschappen van die installatie of dat toestel zelf gevaar oplevert voor het ontstaan van brand;
door de wijze waarop die installatie of dat toestel is opgesteld of aangebracht gevaar oplevert voor het ontstaan van brand.
**4..** Het in het derde lid bedoelde gevaar als gevolg van de eigenschappen wordt niet geacht aanwezig te zijn bij het gebruik van:
centrale verwarmingsinstallaties die voldoen aan de veiligheidseisen voor centrale-verwarmingsinstallaties, opgenomen in NEN 3028, uitgave 1986;
centrale-verwarminginstallaties voor het stoken van gas dat wordt gedistribueerd door middel van pijpleidingen welke installaties bovendien voldoen aan de gasinstallatievoorschriften, opgenomen 10 NEN 1078, uitgave 1987, en in de NEN 1078-A (aanvulling op NEN 1078), uitgave 1991.
**5..** Het is verboden een verwarmingstoestel met afvoergelegenheid voor het stoken van vaste of vloeibare brandstof te gebruiken indien de verbrandingsgassen daarvan niet worden afgevoerd door middel van een doeltreffende voorziening voor de afvoer van rook.
**6..** Het is verboden een verwarmingstoestel voor het stoken met gas te gebruiken indien de verbrandingsgassen daarvan niet worden afgevoerd door middel van een doeltreffend rookkanaal of gasafvoerkanaal.
**7..** De afmeting moet zodanig zijn dat er een vrije stahoogte is aan de voorzijde van het toestel van tenminste 1,8 meter en een vrije ruimte van 1 meter aan de bedieningszijde.
**8..** Alle zijden van het toestel dienen tenminste 10 centimeter van de wand, deur of luik van de opstelruimte verwijderd zijn.
**9..** De wanden, vloer en de afdekking van de opstelruimte moet bestaan uit, danwel bekleed zijn met onbrandbaar materiaal.
Hoofdstuk › Paragraaf 3
Artikel 3.2
- Installaties voor verwarming en kookdoeleinden
Onderdeel van Beleidsregel anti-kraak