Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 4

Artikel 4.1

– Hoofdregel

Onderdeel van Beleidsregel anti-kraak

1.. Als een anti-kraak pand niet voldoet aan de artikelen genoemd in paragraaf 2 van deze bijlage, dan dient binnen drie maanden na deze constatering: het gebruik als anti-kraak pand te zijn beëindigd, of; het pand in overeenstemming te zijn gebracht met de betreffende artikelen. 2.. Als aan het anti-kraak pand voorzieningen moeten worden getroffen waarvoor een bouwvergunning als bedoeld in artikel 40 van de Woningwet en/of een vergunning als bedoeld in artikel 11 van de Monumentenwet 1988 is vereist, dan worden voor het treffen van die betreffende voorzieningen afwijkende termijnen gesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel