Lid 1.
Bij een door de gemeente gehuurde woonvoorziening of vervoersvoorziening, wordt gedurende de gehele bruikleenperiode de eigen bijdrage in rekening gebracht.
Lid 2.
Bij een door de gemeente gekochte woonvoorziening, vervoersvoorziening en traplift, in bruikleen verstrekt, wordt gedurende 39 periodes van 4 weken de eigen bijdrage in rekening gebracht.
Lid 3.
De periode waarover de eigen bijdrage in rekening wordt gebracht, bedraagt bij een door de gemeente gekochte woonvoorziening of vervoersvoorziening, in eigendom verstrekt:
bij een kostprijs hoger dan € 500,-: 39 periodes van 4 weken;
bij een kostprijs tussen € 250,- en € 500,-: 26 periodes van 4 weken;
bij een kostprijs lager dan € 250,-: 13 periodes van 4 weken;
Lid 4.
De periode waarover de eigen bijdrage in rekening wordt gebracht, bedraagt bij een door de gemeente verstrekt persoonsgebonden budget voor een woonvoorziening of vervoersvoorziening:
bij een kostprijs hoger dan € 500,-: 39 periodes van 4 weken;
bij een kostprijs tussen € 250,- en € 500,-: 26 periodes van 4 weken;
bij een kostprijs lager dan € 250,-: 13 periodes van 4 weken.
Lid 5.
Bij hulp bij het huishouden geleverd in natura of middels een persoonsgebonden budget, wordt gedurende de gehele periode van hulpverlening de eigen bijdrage in rekening gebracht.
Lid 6
begeleiding: € 19, - per uur of per dagdeel van maximaal 4 uur, indien de begeleiding wordt gegeven in groepsverband; gedurende de gehele looptijd van de voorziening;
een persoonsgebonden budget voor een woonvoorziening en een vervoersvoorziening: gedurende 39 periodes van vier weken;
een persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden en begeleiding: gedurende de gehele looptijd van de voorziening.
Hoofdstuk
Artikel 3.3
Duur eigen bijdrage
Onderdeel van Nadere regels Verordening Maatschappelijke ondersteuning Velsen 2015