Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Termijnen van betaling

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van de forensenbelasting 2015

1. In afwijking van artikel 9, eerst lid, van de Invorderingsweg 1990 moeten de belastingen worden betaald binnen 30 dagen na de mondelinge kennisgeving dan wel binnen 30 dagen na de dagtekening van de schriftelijke kennisgeving. 2. De aanslagen moeten worden betaald in drie gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt dat, ingeval machtiging is verleend tot automatische incasso en het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen gemeentelijke fiscale heffingen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan meer dan € 100,-- doch niet meer dan € 2.500,-- bedraagt, de aanslagen moeten worden betaald in 3 gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de vijfentwintigste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. Indien de vijfentwintigste van de maand valt op een dag als er geen betalingsverkeer mogelijk is via de bank, dan zal de desbetreffende termijn de eerstvolgende dag worden afgeschreven zodra er wel betalingsverkeer mogelijk is via de bank. De exacte vervaldata worden vermeld op het aanslagbiljet. 4. De in het tweede lid bedoelde machtiging tot automatische incasso wordt geacht niet te zijn verleend indien twee van de drie termijnen niet zijn betaald doordat automatische incasso van de betaalrekening van de belastingschuldige niet mogelijk blijkt dan wel binnen één maand na afschrijving zijn gestorneerd. Alsdan gelden de betaaltermijnen als bedoeld in het eerste lid. 5. Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete zijn lid 1, 2 en 3 van overeenkomstige toepassing, voorzover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag. 6. De Algemene Termijnwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel