Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 12

- Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan

Onderdeel van Maatregelenverordening Wet werk en bijstand

Onverminderd artikel 2, tweede lid en derde lid van deze verordening wordt, indien een belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan – anders dan door gedragingen zoals bedoeld in hoofdstukken 2 en 3 van deze verordening – heeft betoond als bedoeld in artikel 18, tweede lid van de wet, een maatregel opgelegd: ter hoogte van 100 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand, indien belanghebbende verwijtbaar geen of geen volledig recht heeft op een uitkering krachtens een sociale verzekering, of een daarmee naar aard en doel overeenkomende buitenlandse regeling of private verzekering, dan wel een zodanig recht verwijtbaar verliest; ter hoogte van 100 procent van de bijstandsnorm gedurende de periode dat belanghebbende niet op bijstand zou zijn aangewezen, indien hij op verantwoordelijke wijze de middelen waarover hij beschikte of redelijkerwijze kon beschikken zou hebben aangewend, met een maximum van zes maanden. ter hoogte van 10 procent van de bijstandsnorm, gedurende een maand voor elke week of deel van een week, waarmee de toegestane verblijf in het buitenland door belanghebbende is overschreden, met een maximum van 3 maanden bij de eerste overschrijding in een kalenderjaar; bij een tweede overschrijding binnen een kalenderjaar kan de duur of de hoogte van de toe te passen maatregel worden verdubbeld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel