**1..** Bij de re-integratie van niet-uitkeringsgerechtigden gelden de volgende eisen:
de aanvrager dient zich voor minimaal twintig uur per week beschikbaar te stellen voor algemeen geaccepteerde arbeid;
de noodzaak voor ondersteuning dient aanwezig te zijn en wordt door het college vastgesteld;
de ondersteuning dient te allen tijden gericht te zijn op het verkrijgen van betaalde arbeid;
de aanvrager is verplicht ingeschreven te staan als werkzoekende bij het UWV.
**2..** De voorzieningen als genoemd in de artikelen 11, 12 en 16 worden niet ingezet voor de niet-uitkeringsgerechtigde.
**3..** In afwijking van het bepaalde in het tweede lid kan het college besluiten de voorziening als genoemd in artikel 11 in te zetten voor de niet-uitkeringsgerechtigde jonger dan 27 jaar afkomstig uit:
het praktijkonderwijs, bedoeld in artikel 10f van de Wet op het voortgezet onderwijs;
het voortgezet speciaal onderwijs, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de expertisecentra; of
de entreeopleiding, bedoeld in artikel 7.2.2., onderdeel a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, die niet in staat kan worden geacht tot het volgen van uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs.
**4..** Geen recht op ondersteuning bestaat voor de niet-uitkeringsgerechtigde, indien sprake is van een voorliggende voorziening welke naar de mening van het college in voldoende mate bijdraagt aan de re-integratie van de aanvrager.
Hoofdstuk 3.
Artikel 6.