Naar hoofdinhoud
1.. Als een belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een verlaging is toegepast vanwege een gedraging als bedoeld in de artikelen 9, 10, 13 of 15 opnieuw schuldig maakt aan eenzelfde verwijtbare gedraging, wordt telkens de duur van de oorspronkelijke verlaging verdubbeld. 2.. Als een belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een verlaging is toegepast vanwege een gedraging als bedoeld in artikel 14 opnieuw schuldig maakt aan eenzelfde verwijtbare gedraging, wordt de duur van de oorspronkelijke verlaging gehandhaafd. 3.. Als een belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een verlaging is toegepast vanwege een gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, sub b, d, e en f van de Participatiewet, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, sub b, d, e en f van de Participatiewet, bedraagt de verlaging 100 procent van de bijstandsnorm gedurende twee maanden. 4.. Als een belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een verlaging is toegepast vanwege een gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, sub a, c, g en h van de Participatiewet, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, sub a, c, g en h van de Participatiewet, bedraagt de verlaging 100 procent van de bijstandsnorm gedurende drie maanden. 5.. Als een belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit zoals bedoeld in het derde en vierde lid, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging als bedoeld in artikel 18 lid 4, bedraagt de verlaging telkens 100 procent van de bijstandnorm gedurende drie maanden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel