Als een belanghebbende een verplichting als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet niet of onvoldoende nakomt, bedraagt de verlaging 100 procent van de bijstandsnorm gedurende:
één maand, bij gedragingen als bedoeld in artikel 18, vierde lid, onderdeel b, d, e en f van de Participatiewet;
twee maanden, bij gedragingen als bedoeld in artikel 18, vierde lid, onderdeel a, c, g en h van de Participatiewet.
Hoofdstuk 2:
Artikel 7.
Duur verlaging bij schending geüniformeerde arbeidsverplichting van de Participatiewet
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ en verrekening bestuurlijke boete bij recidive Participatiewet 2015