**1..** Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiwet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en de Algemene wet bestuursrecht.
**2..** In deze verordening wordt verstaan onder:
College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda
P-wet: Participatiewet;
IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;
IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
Wet : Participatiewet, IOAW, IOAZ;
Bijstandsnorm:
toepasselijke bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5, onderdeel c, van de Participatiewet, of;
Grondslag van de uitkering als bedoeld in artikel 5 van de IOAW of artikel 5 van de IOAZ voor zover sprake is van een uitkering op grond van de IOAW of IOAZ;
Benadelingsbedrag: Netto-uitkering waarop eerder, langer of tot een hoger bedrag een beroep wordt of is gedaan ten gevolge van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan;
Beslagvrije voet: Beslagvrije voet als bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering;
Recidiveboete: Bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 18a lid 5 Participatiewet;
Bezit: Waarde van de bezittingen waarover belanghebbende of diens gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken, met uitzondering van het in de woning met bijbehorende erf gebonden vermogen, bedoeld in artikel 50, eerste lid, Participatiewet;
Verrekenen: verrekening als bedoeld in artikel 60, vierde lid, Participatiewet;
Belanghebbende(n): De persoon/personen wiens/wier belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Daaronder wordt mede het gezin verstaan.