De verlaging, bij gedragingen als bedoeld in artikel 11 van deze verordening, wordt vastgesteld op:
10% van de bijstandsnorm IOAW/IOAZ gedurende één maand bij gedragingen van de eerste categorie;
20% van de bijstandsnorm IOAW/IOAZ gedurende één maand bij gedragingen van de tweede categorie;
50% van de bijstandsnorm IOAW/IOAZ gedurende één maand bij gedragingen van de derde categorie.
Hoofdstuk 3:
Artikel 12.