**1..** Een verlaging wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de Participatiewet wordt afgestemd op het benadelingsbedrag.
**2..** De verlaging wordt vastgesteld op:
10 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag tot € 1.000;
20 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 1.000 tot € 2.000;
40 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 2.000 tot € 4.000;
100 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag van € 4.000 of hoger.
**3..** Als een belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft betoond voorafgaande aan de aanvraag voor bijstand in verband met het door eigen toedoen niet behouden of het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid wordt een verlaging opgelegd van 100 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand.
Hoofdstuk 4:
Artikel 13.
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ en verrekening bestuurlijke boete bij recidive Participatiewet Breda 2015