**1..** Voordat een maatregel wordt opgelegd wordt een belanghebbende met inachtneming van het bepaalde in artikel 4:7 Awb, in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen.
**2..** Het bepaalde in het eerste lid kan achterwege blijven als:
de vereiste spoed zich daartegen verzet;
belanghebbende al eerder in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen en er zich sindsdien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan;
het college het horen niet nodig acht voor het vaststellen van de ernst van de gedraging of de mate van verwijtbaarheid;
belanghebbende aangeeft hiervan geen gebruik te willen maken;
belanghebbende niet heeft voldaan aan een verzoek van het college of van een derde (ook UWV) aan wie het college met toepassing van artikel 7 van de Participatiewet werkzaamheden in het kader van de Participatiewet heeft uitbesteed, om binnen een gestelde termijn inlichtingen te verstrekken als bedoeld in artikel 17 van de Participatiewet.
Hoofdstuk 1:
Artikel 3.
Horen van belanghebbende
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ en verrekening bestuurlijke boete bij recidive Participatiewet Breda 2015