Naar hoofdinhoud
1.. Een tegenprestatie mag: Naar haar aard niet zijn gericht op toeleiding tot de arbeidsmarkt; Niet zijn bedoeld als re-integratie-instrument; Worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid in de organisatie waarin ze worden verricht; én Niet leiden tot verdringing van reguliere arbeid op de arbeidsmarkt. 2.. Bij het opdragen van een tegenprestatie houdt het college rekening met de volgende factoren: De persoonlijke wensen en kwaliteiten van de uitkeringsgerechtigde; De lichamelijke en geestelijke mogelijkheden van de uitkeringsgerechtigde; Leeftijd, opleiding en werkervaring van uitkeringsgerechtigde; Mogelijkheden van de uitkeringsgerechtigde om op de plek te komen waar de tegenprestatie wordt uitgevoerd; De zorg en opvang voor de tot het gezin behorende kinderen jonger dan 12 jaar; Afstemming van de tegenprestatie op eventuele zorgtaken/mantelzorg of maatschappelijke activiteiten en/of vrijwilligerswerk wat al door de uitkeringsgerechtigde wordt verricht.

Rechtspraak bij dit artikel