Het havengeld wordt niet geheven terzake van:
vaartuigen met bijbehorende roeiboten welke middellijk of onmiddellijk in dienst van het rijk uitsluitend ten behoeve van de naleving of handhaving van scheepvaartreglementen;
hospitaalschepen en andere vaartuigen, uitsluitend dienende voor het vervoer van zieken en lichamelijk gehandicapten;
roeiboten, behorende bij vaartuigen, waarvoor havengeld is of wordt geheven of waarvoor ingevolge dit artikel geen havengeld wordt geheven;
kano`s en opblaasboten;
sleepboten, die de haven alleen aandoen om vaartuigen te brengen of te halen en die onmiddellijk na aankomst weer vertrekken;
een vaartuig waarmee werkzaamheden worden verricht ten behoeve van de gemeente;
vaartuigen, die in de haven ligplaats nemen zonder te laden of te lossen van 's-zaterdags na 12.00 uur tot 's-maandags 10.00 uur en gedurende algemeen erkende christelijke feestdagen;
vaartuigen, die tengevolge van ijsgang of andere natuurlijke overmacht langer dan 5 dagen moeten blijven liggen, voorzover de ligtijd de toegestane verblijfsduur overschrijdt.
Artikel 8.
Vrijsteling havengeld
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van scheepvaartrechten c.a. 2015