In deze verordening wordt verstaan onder:
het college: het college van burgemeester en wethouders;
schoolbestuur: bevoegd gezag van een volgens de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs bekostigde in de gemeente gelegen openbare of bijzondere school, of, voorzover in deze verordening is bepaald, van een nevenvestiging waarvan de hoofdvestiging is gelegen in een andere gemeente;
school: school voor basisonderwijs, school voor (voortgezet) speciaal onderwijs of school voor voortgezet onderwijs;
school voor basisonderwijs: een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs;
school voor (voortgezet) speciaal onderwijs: een school voor speciaal onderwijs of een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra en een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 8 van de Wet op de expertisecentra;
school voor voortgezet onderwijs: school of scholengemeenschap voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, voor hoger en middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, voor voorbereidend beroepsonderwijs en voor praktijkonderwijs.
nevenvestiging: deel van een school dat door de minister ingevolge artikel 85 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 76a of artikel 76b van de Wet op de expertisecentra , artikel X van de wet van 31 mei 1995 (Stb.319) of artikel 75 van de Wet op het voorgezet onderwijs voor bekostiging in aanmerking is gebracht;
voorziening: een voorziening zoals opgenomen in de bijlage ‘Voorzieningen’;
aanvullende voorziening: een door het college vastgestelde nieuwe voorziening waarmee de verordening tijdelijk wordt aangevuld;
indieningsdatum: uiterste moment zoals ogenomen in de bijlage ‘Voorzieningen’ waarvoor een aanvraag voor een voorziening voor het eerste daaropvolgende tijdvak moet zijn ingediend;
toekenningscriteria: de omstandigheden zoals opgenomen in de bijlage ‘Voorzieningen’, waaronder een bevoegd gezag in aanmerking komt voor een voorziening of een aanvullende voorziening;
tijdvak: periode zoals opgenomen in de bijlage ‘Voorzieningen’, waarvoor een voorziening wordt toegekend;
subsidieplafond: het bedrag zoals bedoeld in artikel 4:22 van de wet, dat maximaal beschikbaar is voor een voorziening, of een aanvullende voorziening;
subsidievaststelling: de beschikking zoals bedoeld in artikel 4:42 van de wet;
wet: Algemene wet bestuursrecht.
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Verordening materiële financiële gelijkstelling onderwijs gemeente Purmerend 2015