De verlaging, bij gedragingen als bedoeld in de artikelen 7 en 8, wordt vastgesteld op:
10% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de eerste categorie;
20% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de tweede categorie;
40% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de derde categorie.
Hoofdstuk 2.
Artikel 9.
Hoogte en duur van de verlaging
Onderdeel van Verordening maatregelen en boeten Participatiewet/Bbz, IOAW en IOAZ Rijssen-Holten 2015