Met ingang van de datum waarop de eigenaar van een monument de
kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing als beschermd gemeentelijk
monument ontvangt, tot het moment dat de aanwijzing en registratie als
bedoeld in artikel 11 van deze verordening plaatsvindt, dan wel
vaststaat dat het monument niet wordt geregistreerd, zijn de artikelen
14 tot en met 19 van deze verordening van overeenkomstige
toepassing.