Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 3.

Horen van belanghebbende

Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet Werk en Inkomen Lekstroom 2015

1.. Voordat een verlaging wordt opgelegd wordt de belanghebbende in de gelegenheid gesteld om zijn zienswijze naar voren te brengen. Hiervan wordt verslag gedaan. 2.. Het naar voren brengen van de zienswijze van de belanghebbende kan achterwege gelaten worden indien: de vereiste spoed zich hiertegen verzet. de belanghebbende al eerder in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen en zich sindsdien geen nieuwe feiten en omstandigheden hebben voorgedaan; de belanghebbende niet heeft voldaan aan een verzoek van het bevoegd gezag of een derde aan wie het dagelijks bestuur met toepassing van artikel 7 van de Participatiewet werkzaamheden heeft uitbesteed, om binnen een gestelde termijn inlichtingen te verstrekken, als bedoeld in artikel 17 van de wet, of; het dagelijks bestuur het naar voren brengen van de zienswijze niet nodig acht voor het vaststellen van de ernst van de gedraging of de mate van verwijtbaarheid. belanghebbende aangeeft hiervan geen gebruik te willen maken belanghebbende niet binnen een redelijke termijn (twee weken) heeft gereageerd op het verzoek zijn zienswijze naar voren te brengen. 3.. Bij een afstemming van 20% of hoger wordt de gelegenheid tot het naar voren brengen van een zienswijze in elk geval gegeven

Rechtspraak bij dit artikel