Naar hoofdinhoud
Het college kan besluiten om de bestuurlijke boete te matigen, indien aannemelijk is dat op grond van de ernst van de overtreding, de mate van verwijtbaarheid, de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan, de omstandigheden waarin de overtreder verkeert of een andere redenboeteoplegging volgens deze Beleidsregels handhaving onevenredig is. Van een situatie als bedoeld in het vorige lid kan in beginsel slechts sprake zijn, indien sprake is van bijzondere omstandigheden waarmee bij de vaststelling van deze Beleidsregels niet direct is rekening gehouden.

Rechtspraak bij dit artikel