**1..** De verlaging, bij gedragingen als bedoeld in de artikelen 6 en 7, wordt vastgesteld op:
10% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de eerste categorie;
20% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de tweede categorie;
100% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de derde categorie.
**2..** Het college kan bij een gedraging van de eerste categorie afzien van het verlagen van de bijstand en volstaan met een schriftelijke waarschuwing, als in de voorafgaande twee jaar geen sprake is geweest van een andere verwijtbare gedraging.
Hoofdstuk 2.
Artikel 8.
Hoogte en duur van de verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015