Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › § 2.3

Artikel 17.

Indeling in categorieën

Onderdeel van Handhavings- en maatregelenverordening inkomensvoorzieningen 2015

Gedragingen van belanghebbende in het kader van re-integratie, waardoor een verplichting op grond van hoofdstuk IIIvan de Wet IOAW / IOAZ niet of onvoldoende is nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën: Eerste categorie: het niet of niet tijdig als werkzoekende geregistreerd staan bij het UWV of het niet tijdig laten verlengen van die registratie. Tweede categorie: 1º het niet dan wel niet tijdig voldoen aan een oproep om in verband met arbeidsinschakeling op een aangegeven plaats en tijd te verschijnen; 2º het niet of in onvoldoende mate gebruik maken van de door het college aangeboden onbeloonde additionele werkzaamheden als bedoeld in artikel 38a van de Wet IOAW / IOAZ alsmede andere vormen van sociaal activering; 3º het niet naar vermogen verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten als tegenprestatie in de zin van artikel 37, lid 1, sub f, van de Wet IOAW / IOAZ. Derde categorie: intrekking van de ontheffing van de sollicitatieplicht bij een alleenstaande ouder aan wie toepassing van artikel 38, lid 1, van de Wet IOAW / IOAZ is gegeven en waarbij uit houding en gedrag ondubbelzinnig blijkt, dat de opgelegde verplichtingen als bedoeld in artikel 37, lid 1, sub e, van de Wet IOAW / IOAZ niet worden nagekomen. Vierde categorie: 1º het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen; 2º het stellen van onredelijke eisen ten aanzien van het verrichten van algemeen geaccepteerde arbeid, die het aanvaarden of verkrijgen hiervan belemmeren; 3º andere gedragingen die de arbeidsinschakeling belemmeren; 4º het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeids-inschakeling; 5º het niet of in onvoldoende mate gebruikmaken van een door het college aangeboden voorziening, waaronder begrepen sociale activering, gericht op arbeidsinschakeling. Vijfde categorie: 1º beëindiging van een dienstbetrekking waaraan een dringende reden ten grondslag ligt in de zin van artikel 678 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en belanghebbende ter zake een verwijt kan worden gemaakt; 2º beëindiging van de dienstbetrekking door of op verzoek van belanghebbende zonder dat aan de voorzetting ervan zodanige bezwaren waren verbonden, dat deze voorzetting redelijkerwijs niet van hem zou kunnen worden gevergd; 3º het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid, waaronder begrepen gesubsidieerde arbeid; 4º het door eigen toedoen niet verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel