(verlaging uitkering)
Als de belanghebbende naar het oordeel van het Dagelijks Bestuur een verplichting als bedoeld in artikel 13, tweede en vierde lid IOAW/IOAZ of een op grond van hoofdstuk III IOAW/IOAZ aan de uitkering verbonden verplichting -anders dan de verplichting, bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel a en c IOAW/IOAZ- schendt, wordt overeenkomstig deze verordening een maatregel opgelegd. Daarnaast wordt tevens een maatregel opgelegd indien belanghebbende onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de IOAW/IOAZ zich jegens het Dagelijks Bestuur zeer ernstig misdraagt.
(weigering uitkering)
Indien naar het oordeel van het Dagelijks Bestuur bij belanghebbende sprake is van een situatie bedoeld in artikel 20, eerste lid IOAW en artikel 20, tweede lid IOAZ, welke niet is omschreven in het eerste lid, wordt eveneens overeenkomstig deze verordening een maatregel opgelegd.
Hoofdstuk 1:
Artikel 2:
Het opleggen van een maatregel
Onderdeel van Afstemmingsverordening IOAW en IOAZ 2015