Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Zeer ernstige misdragingen

Onderdeel van Afstemmingsverordening IOAW en IOAZ WIL 2015

1.. Als een belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt tegenover personen en instanties die zijn belast met de uitvoering van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onder g, van die wet of tegenover personen en instanties die zijn belast met de uitvoering van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onder g, van die wet, wordt een verlaging opgelegd van: 20% van de grondslag gedurende een maand, bij verbale uitingen of gedragingen zoals schelden of bedreigen in het algemeen; 30% van de grondslag gedurende een maand, bij schade aan eigendommen of goederen in gebruik bij het dagelijks bestuur; 50% van de grondslag gedurende een maand, bij verbale gedragingen (zoals schelden, beledigen) tegen de persoon; 100% van de grondslag gedurende een maand, bij mondelinge of schriftelijke bedreiging gericht tegen de persoon; 100% van de grondslag gedurende een maand bij lichamelijk geweld, al dan niet met letsel tot gevolg. 2.. Het dagelijks bestuur houdt rekening met de ernst van het wangedrag, de mate van verwijtbaarheid en de persoonlijke omstandigheden van de belanghebbende. 3.. Naast de verlaging kan door of namens het dagelijks bestuur aangifte worden gedaan bij de politie en/of kan de toegang tot het gebouw van Werk en Inkomen Lekstroom worden ontzegd. De duur van de ontzegging is gekoppeld aan de ernst van het wangedrag. 4.. Indien de belanghebbende zich opnieuw zeer ernstig misdraagt gelden de bepalingen van artikel 9. Hierbij geldt echter geen verjaringstermijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel