**1..** De hoogte van het persoonsgebonden budget voor hulpmiddelen en woningaanpassingen bedraagt in ieder geval niet meer dan de huur- dan wel aanschafprijs van de goedkoopst passende bijdrage, waaronder gerekend onderhoud, reparatie en verzekering zoals die door het college aan de aanbieder verschuldigd is.
**2..** Het college kan de hoogte van het persoonsgebonden budget als bedoeld in het vorige lid vaststellen op basis van een offerte.
**3..** De hoogte van het persoonsgebonden budget voor diensten is gerelateerd aan de tarieven waarvoor het college deze diensten heeft gecontracteerd.
**4..** Bij het vaststellen van de hoogte van het persoonsgebonden budget als bedoeld in het vorige lid houdt het college in ieder geval rekening met overheadkosten, de kwaliteitseisen die aan de beroepskrachten mogen worden gesteld en andere kostencomponenten, zoals secundaire arbeidsvoorwaarden.
**5..** Het bedrag voor het persoonsgebonden budget dat aan een persoon die geen beroepsmatige hulp biedt en aan de cliënt wordt verstrekt is lager dan de tarieven bedoeld in het vierde lid doch tenminste het wettelijk minimumum loon.
**6..** Er worden drie verschillende tarieven gehanteerd:
Niet beroepsmatige ondersteuning;
Beroepsmatige ondersteuning door een zelfstandige zonder personeel;
Beroepsmatige ondersteuning door een organisatie.
**7..** Het persoonsgebonden budget moet in ieder geval toereikend zijn om maatschappelijke ondersteuning in te kunnen kopen welke voldoet aan de kwaliteitseisen als bedoeld in de wet en in redelijkheid geschikt is voor het doel waarvoor het persoonsgebonden budget wordt verstrekt.
**8..** De tarieven zoals genoemd in het derde, vierde en vijfde lid zijn vermeld in bijgevoegde bijlage.