Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Tegemoetkoming meerkosten

Onderdeel van Besluit Wmo Nieuwegein 2015

1.. Het college kan een tegemoetkoming voor aannemelijke meerkosten als bedoeld in artikel 22 van de Wmo verordening Nieuwegein 2015 verlenen indien: er naar oordeel van het college sprake is van aannemelijke meerkosten in verband met een beperking of chronische psychische of psychosociale problemen; en voor zover de tegemoetkoming naar oordeel van het college dient ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en de participatie van de aanvrager. 2.. De aanvraag wordt ingediend voordat de meerkosten zijn gemaakt. 3.. De aanvrager kan slechts aanspraak maken op een tegemoetkoming indien hij geen aanspraak heeft of kan hebben op een vergoeding van de aannemelijke meerkosten op grond van een voorliggende voorziening. 4.. De meerkosten als bedoeld in het eerste lid kunnen worden aangenomen indien het college het primaat van verhuizen toepast en de cliënt is verhuisd naar de meest geschikte en beschikbare woning in de gemeente Nieuwegein. Het college kan de tegemoetkoming ambtshalve vaststellen. 5.. De aannemelijke meerkosten als bedoeld in het eerste lid kunnen worden aangenomen indien de aanvrager is aangewezen op het gebruik van de eigen auto of taxi voor verplaatsingen in de leefomgeving in verband met zijn deelname aan het maatschappelijk verkeer als bedoeld in de wet. Daarbij neemt het college in ieder geval de volgende omstandigheden in aanmerking: het gebruik kunnen maken van de Regiotaxi tegen gereduceerd tarief; de omvang van de vervoersbehoefte; de samenvallende vervoersbehoeften van de aanvrager en zijn eventuele echtgenoot of daarmee gelijkgestelde. 6.. De aannemelijke meerkosten als bedoeld in het eerste lid kunnen worden aangenomen indien de aanvrager voor zijn zelfredzaamheid en participatie is aangewezen op een sportvoorziening. 7.. De hoogte van de tegemoetkoming: voor verhuis- en inrichtingskosten als bedoeld in het vierde lid bedraagt niet meer dan de in de bijlage bij dit besluit genoemde bedragen; voor vervoerskosten als bedoeld in het vijfde lid bedraagt de bijdrage voor taxi en auto niet meer dan de in de bijlage bij dit besluit genoemde bedragen; bij de aanschaf van een sportvoorziening als bedoeld in het zesde lid bedraagt niet meer dan de in de bijlage bij dit besluit genoemde bedragen voor een periode van minimaal drie jaar.

Rechtspraak bij dit artikel