Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 3.

Artikel 3.

Onderdeel van Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet

1.. Tot de doelgroep van de individuele inkomenstoeslag behoort de persoon van 21 jaar en ouder doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd met langdurig een laag inkomen, geen in aanmerking te nemen vermogen en gelet op zijn omstandigheden geen uitzicht op inkomensverbetering. 2.. Tot de omstandigheden als bedoeld in het vorige lid worden gerekend: de krachten en bekwaamheden van de persoon; de inspanningen die de persoon heeft verricht om tot inkomensverbetering te komen. 3.. Geen recht op een individuele inkomenstoeslag heeft in ieder geval: de persoon die in de referteperiode een uitkering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 of de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten heeft genoten; de persoon die in de periode van 12 maanden onmiddellijk voorafgaand aan de maand van aanvraag een boete- en/of maatregelwaardige gedraging in de zin van de Participatiewet, Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen heeft gepleegd op grond waarvan een boete en/of maatregel is opgelegd, tenzij het een boete of maatregel in de vorm van een waarschuwing betreft; de persoon die in de referteperiode langer dan 180 dagen rechtens van zijn vrijheid beroofd is geweest. 4.. De criteria als vermeld in de vorige leden alsmede die in artikel 1, lid 2, sub e, gelden bij gehuwden voor beiden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel