Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 21.

Afzien van invordering fraudevorderingen

Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering en verhaal Participatiewet Heemstede 2015

1.. Het college besluit af te zien van invordering op grond van artikel 58, zevende lid van de Participatiewet als: de belanghebbende gedurende tien jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan; de belanghebbende gedurende 10 jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald; de belanghebbende gedurende tien jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; of een bedrag, overeenkomend met ten minste 50% van de restsom, in één keer aflost. 2.. In geval sprake is van een combinatie van boete, fraude- en niet-fraudevorderingen en/of geldleningen, zal belanghebbende eerst de boete moeten aflossen, vervolgens de fraudeschuld, en zal belanghebbende vervolgens gedurende (maximaal) 36 maanden moeten aflossen op de niet-fraudeschuld of geldlening, waarna een restsaldo van deze niet fraudeschuld of geldlening buiten invordering wordt gesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel