**1..** Ter nadere uitvoering van deze verordening wordt een beleidsplan vastgesteld waarin wordt vastgelegd welke voorzieningen, waaronder ondersteunende voorzieningen, het Dagelijks Bestuur in ieder geval kan aanbieden.
**2..** Het Dagelijks Bestuur kan de volgende voorzieningen aanbieden:
diagnose,
werkgeversdienstverlening,
gesubsidieerde arbeid, waaronder de loonkostensubsidie ex artikel 10d Participatiewet,
werken met behoud van uitkering,
beschut werk nieuwe stijl,
(arbeidsmatige) dagbesteding,
scholing, waaronder in ieder geval de scholing als bedoeld in artikel 10a Participatiewet,
no risk polis,
jobcoaching,
premies, waaronder in ieder geval de premie als bedoeld in artikel 10a Participatiewet,
onkostenvergoedingen,
ondersteuning bij leerwerk-trajecten en
andere door het college noodzakelijk geachte voorzieningen om de doelstelling van de wet en het beleid van de gemeente te realiseren.
**3..** Het Dagelijks Bestuur stelt bij Uitvoeringsbesluit nadere regels over de voorzieningen bedoeld in lid 2 en bepaalt daarin de voorwaarden die daarbij gelden voor zover daarover in deze verordening geen nadere bepalingen zijn opgenomen.
**4..** Het Dagelijks Bestuur kan een voorziening beëindigen als:
de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de wet, de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen niet nakomt;
de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep;
e persoon die aan de voorziening deelneemt algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een in deze verordening genoemde voorzieningen, tenzij het betreft een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de wet;
naar het oordeel van het Dagelijks Bestuur de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling;
de voorziening naar het oordeel van het Dagelijks Bestuur niet meer geschikt is voor de persoon die gebruik maakt van de voorziening;
de persoon die aan de voorziening deelneemt niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening;
de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening.
**5..** De informatie die door de doelgroep aan het Dagelijks Bestuur wordt verstrekt ter uitvoering van de verordening, de daarop gebaseerde uitvoeringsbesluiten en het beleidsplan, kan in het kader van de uitvoering van alle regelingen binnen het Sociaal Domein worden gebruikt.
Artikel 4.
Voorzieningen
Onderdeel van Verordening re-integratie en tegenprestatie Participatiewet Maastricht-Heuvelland 2015